Sommige mensen staan op zowat elke foto die van ze wordt gemaakt met van die vrolijke ogen. Ogen waarin een lichtje flonkert. Ook zonder een flitser op de camera. Het lijkt van binnenuit te komen.
Sommige mensen zijn zo levendig, dat je ze niet dood kunt voorstellen. Ook al heb je even de tijd gehad om aan het idee te wennen.
Het is twee jaar geleden. We komen op de koffie na het slechte nieuws. Fred haalt kopjes en chocolaatjes uit de keuken. Hilde vertelt dat ze altijd al had gedacht dat kanker haar zou treffen. Of nou ja, niet altijd natuurlijk. En de verwachting stond haar plezier ook nooit in de weg. Maar na het vroege overlijden van haar vader en moeder, onze ome Herman en tante Annie, was er klaarblijkelijk altijd een stemmetje geweest. Hilde vertelt dat ze opgelucht was op de dag dat ze hoorde dat ze borstkanker had. ‘Dáár hoef je niet dood aan te gaan.’ Maar nu zijn er die uitzaaiingen.
Frank en Paulien komen binnen, na een winterse wandeling vanuit het dorp. Broer Frank duikt bovenop Hilde en geeft zijn zus een onstuimige knuffel. Hilde klaagt over zijn koude wangen. ‘Ach oale wief, stel oe niet zo an’, zegt Frank en hij geeft nog een zoen. ‘Ie doet net as of iej dood goat.’ Hilde lacht en Fred schenkt nog een bakje Wiener Melange in.
Dan vertelt Hilde over de geweldige vriendinnen die de tuin bijhouden. ‘Heerlijk, dat gegeit in de tuin.’ Even later gaat het over haar neef uit Gilze die beroepsmilitair is en spontaan langskwam om zijn nieuwe auto te laten zien. ‘Gaaf toch?’ Ze vertelt over de fijne avondjes met collega’s-die-veel-meer-zijn-dan-collega’s. En over de nieuwe vriendin van haar Broeklandse-neefje-die-zoveel-meer-is-dan-een-neefje. Hilde vertelt hoe leuk ze haar vindt en dat zij ook de zorg in wil. Dat Hilde haar heeft geholpen met medisch rekenen door haar te koppelen aan een vriendin die alle rekentrucjes kent. En ze meldt dat ze morgen weer naar het ziekenhuis moet. Dat de andere-neef-die-ook-al-zoveel-meer-is-dan-een-neef haar gaat brengen. In zijn crossauto! ‘Dat wordt lachen!’
En na al die verhalen over anderen, zegt Hilde: ‘Maar genoeg over mij. Hoe is het met jullie?’.
Een jaar later zijn we er opnieuw, op een ijskoude deel dit keer. Hilde is er nog steeds bij, maar ze leeft niet meer. Achter deze groene staldeuren vonden te gekke feestjes plaats. Hilde en haar clubjes verzonnen de mafste aanleidingen. Zo was er het laatste avondmaal, vlak voor het vergaan van de wereld in 2012. Dat hadden de Maya’s voorspeld. In de jaren daarna volgden tal van feestjes omdat de Maya’s ernaast hadden gezeten. Ook na het slechte nieuws ging de bourgondische pret gewoon door. Daarover was geen discussie mogelijk. Hilde wilde leven toevoegen aan haar dagen, geen dagen aan het leven.
Maar die dagen waren geteld. Grote liefde Fred vertelt over haar laatste overdracht. ‘Onder het kopje “begraven of cremeren?” heeft ze “zie maar” geschreven. “Bij crematie graag uitstrooien in de tuin. In de IJssel mag ook, maakt niet uit waar. Wel denken aan hoe de wind waait hè?”’
Mijn broertje vertelt dat hij bij haar ging zitten tijdens het laatste oudejaarsfeest op de deel. ‘Wat gaat de volgende maffe aanleiding worden voor een feestje?’, vroeg Toby. ‘Condoleren, denk ik’, antwoordde Hilde.
Rustig, bijna zen, onderging ze de behandelingen. Hilde heeft een leven lang gewerkt in het ziekenhuis en weet dat het helpt om rustig te zijn. Op haar werk kreeg ze er een kick van als het lukte om gespannen patiënten te kalmeren. Maar hoe rustig ze ook was, de laatste maand was het niet leuk meer.
Fred vertelt over een opleving, vlak voordat ze in de ambulance stapte. Na weken vol grijze dagen was ineens de zon gaan schijnen. De aardige ziekenbroeders hadden geen haast. Hilde mocht nog wel even in het zonnetje zitten, op het tuinbankje. Toch maar mooi weer wat leven toegevoegd aan een dag.
Op de magische deel strijk ik over haar koude hand en kijk omhoog naar de planken. De boerenzonen en boerendochters uit de grote vriendenschare weten hoe je die ruimte noemt. Het voedsel voor de beesten komt er vandaan. Het is de ruimte waar je van bovenaf stiekem kunt meegluren naar het leven op de stalvloer. Precies, dat is de hilde.
Een wereld vol Hilde’s….wat zou dat mooi zijn!