Het is 1987 en voor het eerst ga ik vrijwillig naar Luttenberg.
Daarvoor moest ik er wel eens heen. Met de pupillen, op de achterbank bij leider Julius die zijn bijnaam “Kökkie” met grote letters achterop zijn Kadett had geverfd. Bij SDOL (Samenspel Doet Overwinnen Luttenberg) speelden jongens met lang haar en spijkerjasjes vol opgenaaide emblemen van Iron Maiden. De ballen gingen er hard en hoog. Winnen in Luttenberg lukte ons niet zo vaak.
Die avond in 1987 fiets ik met de kameraden naar zaal Elckerlyc. Daar gebeurt het allemaal, weten we van horen zeggen. Bij de platenwinkel van Frits Willemsen hebben we, voor twaalf gulden vijftig, kaartjes gekocht voor Fatal Flowers, een fijne gitaarband uit Amsterdam, ook jongens met lang haar.
Bij binnenkomst in Elckerlyc knik ik bleu naar wat Luttenbergse jongens die ik ken van het Florens Radewijnscollege, een subtiel signaal van onze goede intenties. Wij komen in vrede. Achterin de zaal zitten wilde kerels aan de bar. Ze drinken bier in een tempo waar wij, jongens uit Broekland, van onder de indruk raken. Terwijl we zelf toch ook ‘een innemend volkje’ zijn, zoals de lokale troubadour Höllenboer zou zeggen.
Bij het podium danst een pluk meisjes alsof ze iets zoeken op de vloer. De discjockey heeft A Forest van The Cure opgezet. De meeste meiden dragen wijde kabeltruien en strakke broeken van Broeken Binkie uit Heino. Ondanks die weinig flatteuze outfits stralen ze seks uit. De spijkerstof lijkt elk moment uit de naad te kunnen knappen. Krullen, heupen, borsten. Het belooft een mooie avond te worden.
Dan trapt het voorprogramma af. Damaged Brain, een plaatselijke band, zet de zaal vanaf het eerste nummer op de kop. Op enig moment meldt zich een roadie op het podium met in zijn hand een pesterig kattenbelletje uit de kleedkamer van de Amsterdammers. Of die Luttenbergse knapen ook een liedje van Fatal Flowers kennen. Het zal de laatste keer zijn geweest dat de Amsterdammers zo’n geintje hebben geflikt. De versie van For Christ Sake die Damaged Brain eruit knalt, overtreft die van de originele vertolkers een uurtje later.
In de zomer die daarop volgt, fietsen we voor een tweede keer vrijwillig naar Luttenberg. Normaal speelt op een bloedhete avond in de feesttent. Dorstig komen we binnengestapt in een warme zweet- en alcoholdamp. Onze T-shirtjes worden van het lijf gescheurd en in de nok gegooid. Met ontbloot bovenlijf melden we ons bij de bar voor een meter bier. ‘Om te gooien of om te drinken?’, luidt de verrassende wedervraag van de barvrijwilliger. We zien hoe jongens verderop emmers vol verspild bier uit de lekbakken omhoog werpen in een batterij hooiblazers. Vernevelde wolken van schraal Grolsch dalen neer op de hossende massa. De band loeit op zijn allerhardst en het volk brult deurdonderen.
‘Wow’, zegt kameraad Arnoud op de terugweg, wachtend voor het stoplicht bij Raalte. ‘Lik eens aan je arm!’ We proeven de geronnen mix van zweet en alcoholdamp en likken als katten onze pootjes schoon. ‘In dat dorp zou ik later wel willen wonen’, concluderen we. En we spreken af dat we nog vaker naar die eigenzinnige uithoek onderaan het heuveltje zullen gaan.
Samenspel doet weer eens van alles overwinnen in Luttenberg
Negenendertig jaar later sta ik weer te kijken naar Damaged Brain. De vijftigers hebben de grootste lol. Het volk hangt met de benen uit de deinende feesttent, ook al is Luttenberg allang niet meer rockcity in Salland. Die titel is overgenomen door Lemele, acht kilometer verderop. De meeste jeugd in de zelfverklaarde Parel van Salland houdt tegenwoordig van piratenmuziek en techno. Ouders kopen geen gitaren of drumstellen meer voor hun kroost.
Ondertussen trekt op het podium een nostalgisch rock & rollcircus voorbij. Twee sympathieke dorpsgenoten hebben eens wat rondgebeld en vonden met gemak dertig muzikanten die in tijdelijke samenstellingen de tent platspelen.
Het samenspel overwint weer eens van alles in Luttenberg. Vier broers staan na jaren trammelant samen op het podium en hebben dikke pret. Hun zus kijkt toe met vochtige ogen. Muzikale vaders en moeders herbeleven hun glorietijd en nu kunnen hun kinderen het ook eens met eigen ogen zien. En we tikken even tegen de pet naar Bas en Arjan, getalenteerde Luttenbergers die er niet meer bij zijn.
Onze zoon staat op het podium en na afloop slaan oude rockers hem op de schouder. ‘Er is nog hoop!’ Ook de zwager speelt mee en in de zaal kijkt de rest van de familie trots toe. De allerliefste, de dochters, oma pinkt een traantje weg. ‘Wat zou Jo hiervan hebben genoten.’ Een empathische telg uit het geslacht Krukkert slaat een arm om haar heen. ‘Hij hoort het wel, denk ik.’
En even sta ik in de coulissen te bedenken wat er zou zijn gebeurd als ik in 1987 de andere kant was opgefietst. Maar dan begint Höllenboer aan mijn favoriete nummer over de dag na het feest. Over dat je na de kater vanzelf weer kleur krijgt. Ik haal een glas koud bier en zing met de meute mee.
De bonte priklampen dansen en buiten de tent stuift het kerkenlandje onder de slippers, sneakers en klompen van de feestgangers. De radionieuwsdienst heeft een hittegolf voorspeld, de zoveelste deze zomer.
Prachtig verhaal Bart!
🤗 MOOI
Mooi verhaal Bart!
Dat Broekenbinkie ding had ik niet verwacht
Mooi man !
Mooi verhaal Bart
Heel mooi Bart.
Prachtig geschreven.
Fantastisch woensdagavond van het Luttenbergs feest
Mooi verhaal Bart, top! Een gedeelte heel herkenbaar voor mij.
Destijds zat ik in de organisatie van het Broeklanderfeest. In het kader van ‘uitwisseling van ideeën’ gingen de besturen van de verschillende dorpsfeesten destijds bij elkaar in de keuken kijken. Zo belandden we op een bloedhete zaterdagavond in Luttenberg voor een rondleiding bij het Luttenbergerfeest.
We waren aan de vroege kant. Er was nog geen bezoeker te bekennen in de grote feesttent, maar de band Normaal had op het podium al wel een soort gigantisch draaiorgel opgebouwd. Om te voorkomen dat de boel binnen spontaan zou ontbranden, had de organisatie een aantal hooiblazers buiten de tent geparkeerd voor wat ventilatie i.v.m. de hitte. Omdat de dorst vooraf vaak groter is dan de nieuwsgierigheid, verlieten we de tent al snel om bij Café Schoenmaker een paar koude versnaperingen te nuttigen. Je moet tenslotte de lokale horeca steunen.
Een paar uur later liepen we de tent weer in. Normaal was inmiddels volop aan het Høken en de hooiblazers draaiden overuren om de tropische temperaturen te bestrijden. Een boeren jongen stond buiten bij de hooiblazer met een meter bier in de aanslag om in de machine te kieperen. Zoals hij het bedacht had gebeurde het ook met het gevolg een bierregen binnen in de feesttent. Wat direct opviel, was dat de kledingvoorschriften die avond blijkbaar optioneel waren geworden; het halve terrein en tent liep met een ontbloot bovenlijf. Het bleek destijds een trend te zijn om elkaars T-shirts vakkundig aan gort te trekken.
Ook de dames werden in dit textiel-geweld niet gespaard. Velen zetten het feest dan ook onverschrokken voort in bh. Wat nóg meer opviel was dat een aantal dames die ochtend blijkbaar de bh in de kast had laten liggen. Ook zij ontkwamen niet aan de Luttenberger kledingsloop, tot groot vermaak van het mannelijke publiek en waar van jij er waarschijnlijk wel een was.
Groeten, Jan
Haha. Dit verhaal dampt nog harder dan dat hierboven! Klasse Jan!