De jaarlijkse dodenherdenking in  mijn dorp Luttenberg wordt steevast gehouden aan de Blikweg. Daar stortte op 4 december 1944 een V2-raket neer. Negentien dorpsgenoten stierven daarbij. Tijdens de herdenking op 4 mei 2016 mocht ik een toespraakje houden. Dit was de tekst.

De vraag luidde of ik “een praatje wilde houden” en daar moest ik wel even over nadenken. Ik kreeg de vraag van Riet, van het comité. “Omdat je veteraan bent”, zei Riet er achteraan. Dat klopt, maar dat veteraanschap van mij is onvergelijkbaar met dat van een Canadees. Of met de Indië-gangers uit ons eigen dorp. Of met dat van iemand die een paar keer in Afghanistan is geweest. Dát zijn echte veteranen en zij verdienen respect.

Eerlijk gezegd stelt dat veteraanschap van mij bar weinig voor. Bij mij thuis moeten ze er altijd om lachen. En ze hebben gelijk ook. Riet vertelde er nog bij dat ze iemand zochten, die wat tegen de jeugd wilde zeggen. En dat ze een jong iemand zochten. Toen was ik snel om. Al moesten ze daar thuis –alweer- smakelijk om lachen.

Wat kan ik erover vertellen? Elke generatie heeft zijn eigen oorlog. De Tweede Wereldoorlog was de oorlog van opa en oma. Vietnam was de oorlog van mijn ouders. De oorlog in Joegoslavië was de oorlog van mijn generatie. Ik ging er heen uit nieuwsgierigheid. Ik was net zo nieuwsgierig als de Luttenbergers die kwamen kijken naar de raket die hier was neergestort. Heldhaftig was ik zeker niet. Soms moest ik met een pistool op pad, maar ik haalde altijd stiekem de kogels uit het magazijn. Dan kon er ook niets mis gaan.

Verder hield ik er een goede vriend aan over. En zag ik dat mensen die best aardig zijn, kunnen veranderen in verschrikkelijke figuren als ze blindelings leiders volgen die vertellen wat goed en slecht is. Die gasten hadden niks geleerd van vroeger en dat alleen al bewijst voor mij het nut van onze herdenking op 4 mei.

Want van vroeger kun je wat leren. Zo ontdekte ik niet zo lang geleden een monument in Deventer. Dat staat er ter nagedachtenis aan gebeurtenissen uit april 1945. Ik neem jullie mee terug in de tijd.

Op 9 april 1945 maken de Canadezen zich op voor hun aanval op Deventer. Ze zitten al aan de goede kant van de IJssel en rukken op vanuit de Twentse kant. Verzetsgroepen krijgen de opdracht om bruggen en sluizen te veroveren. Zodat de Duitsers die niet opblazen en de Canadese pantservoertuigen snel kunnen oprukken naar de Brink. Die nacht verzamelt zich een knokploeg in de smeeroliefabriek om de volgende morgen een sluis te veroveren. Stom toevallig worden ze ontdekt door een Duitser, die wordt overmeesterd door de Hollanders. De Duitser smeekt om hem in leven te laten. Hij belooft plechtig om niets te vertellen tegen de anderen. De Nederlanders laten hem gaan, maar helaas: de Duitser houdt geen woord. Hij komt terug met een grote eenheid. De Duitsers doden twee verzetslieden in het gevecht. De rest van de groep, vier jongens en één meisje, wordt gevangen genomen en meegevoerd. Niet ver van waar nu hogeschool Saxion ligt, moeten ze alle vijf op een rijtje gaan staan.

Het waren studenten van de Landbouwhogeschool, jongelui nog en hun namen worden herdacht op dat monument. Ik stond zo te kijken bij dat monument en mijn oog viel op een apart gedenkplaatje. Daarop stond de naam “Ernst Gräwe”. Een sergeant bij de geneeskundige troepen van de Luftwaffe. Ook hij stierf die dag. Ik dacht: waarom zou je hem nou herdenken? Een Duitser!

Als de officier de Nederlanders op een rij neerzet om ze dood te schieten, stapt Ernst naar voren. “Dit is toch nergens voor nodig? De oorlog is toch al verloren!”  De officier neemt Ernst apart, pakt zijn Lüger, zet de loop tegen het voorhoofd van Ernst en schiet hem als eerste dood. Geen Duitser die dan nog durft te protesteren en ze schieten de vier Nederlandse jongens en het meisje dood.

Voor mij is Ernst óók een oorlogsheld. Sterker nog: als er meer moedige mensen zijn zoals Ernst dan zou de wereld beter af zijn. Ik wou dat er Ernsten waren in Joegoslavië. En ik hoop dat er Ernsten zijn in Syrië. Wat vinden jullie, kinderen van groep 8? Is Ernst, een Duitser, ook een held?

Ach ja, misschien denk je wel: “Wat heb ik hiermee te maken? Oud verhaal. Boring”. Snap ik best. Het is 71 jaar geleden.

Maar bedenk dan het volgende. Straks gaan jullie naar de middelbare school. Daar kom je veel meer mensen tegen dan hier op de Esmoreit. Jullie gaan leuke mensen ontmoeten… maar ook stomme. Mensen die opvallend haar hebben. Mensen die houden van muziek die jij niks aan vindt. Mensen met een ander kleurtje. Mensen die van de boerderij komen en dus ook ruiken naar de boerderij. Mensen die iets dikker zijn. Of juist wat dunner. Mensen met een ander geloof. Mensen met een handicap. Mensen die houden van een andere voetbalclub. Mensen met gekke kleren. Mensen die verlegen zijn. Of juist héél veel praten. Heel bekakt. Of met een Luttenbergs accent.

En wat geeft dat? Niks! Dat is nou net zo mooi aan Nederland… dat iedereen anders mag zijn. Dat is precies wat we morgen op 5 mei vieren. Dat je vrij bent om te zijn wie je wilt zijn.

“Die vrijheid moet je verdedigen”, zeggen ze dan. Op een dag als vandaag denk ik dan aan Amerikaanse parachutisten die in een bosrand een kapotgeschoten dorpje in de Ardennen verdedigen. Zulke mannen moeten we eeuwig dankbaar blijven.

Maar ook jij kunt vrijheid verdedigen. In kleine, alledaagse dingen. Misschien zie je dat iemand wordt gepest of wordt buitengesloten. Omdat iemand een beetje anders is. Ik hoop dat je dan zelf blijft nadenken. Dat je niet doet wat de groep wil. En al helemaal niet wat de leider van de groep wil. Mensen die de baas willen spelen, daar moet je sowieso voor uitkijken. Het is goed om eigenwijs zijn. Letterlijk. Zelf nadenken!  Doe het op eigen wijze.

Jij hebt altijd de keuze. Meelopen, wegkijken of er wat van zeggen. Dat is onwijs moeilijk. Meelopen is het allermakkelijkst. We weten wat dáárvan komt. De V2- raket die hier aan de Blikweg neerstortte, is bedacht, gemaakt én afgevuurd door meelopers. Niet meedoen dan? Ja, dat is goed! En nóg beter is het om naar het buitenbeentje te stappen en te vertellen hoe jij erover denkt. Dan voelt zo iemand: “hey, ik sta er niet alleen voor”. Ik denk dat je dan al supertrots mag zijn op jezelf. En als je héél, héél dapper bent, kun je opstaan en er wat van zeggen. Dat is het allermoeilijkst. En dat is soms niet zonder gevaar. Maar dan… ben je een held.

Net als Ernst Gräwe. Ernst was eigenwijs, stond op en zei er wat van. Een minuut later was hij dood.

Ik hoop dat jij in jouw hele leven, al is het maar voor één keertje, net zo dapper zult zijn als hij. En dat je er dan zonder al te veel kleerscheuren vanaf komt.

“We can be heroes, just for one day”

(foto: Silvo Maatman)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *