‘Kijk vooropgesteld, ik ben natuurlijk voor de opvang van echte vluchtelingen, maar…’

Een paar kilometer verderop komen er vluchtelingen. Of het echte zijn, moeten ambtenaren van de IND nog bepalen. Het gaat om vijftig jonge asielzoekers die een bed moeten krijgen in het leegstaande wegrestaurant langs de N348. Hier in de buurt kent iedereen deze uitspanning als De Posthoorn. Om duistere redenen is deze naam vervangen door De Lantaren. Zo’n twintig jaar geleden deed de familie Kogelman het van de hand en sindsdien zit de klad erin.

En nu gaan er vijftig jongeren wonen. Die hebben zich aangemeld in Ter Apel. Straks moeten ze in het groene niemandsland tussen Lemelerveld, Luttenberg, Heino en Raalte wachten op de uitslag van hun aanvraag.

De buurt maakt zich ongerust. Op inspraakavonden en in de media geven zelfs de gezagsgetrouwe en doorgaans serviele Sallanders uiting aan hun zorgen. Vaak begint dat met de zin die boven dit blog staat. De teneur: Oekraïense moeders met jonge kinderen, dat was prima geweest. Syrische jongens, da’s andere koek.

Over de kwestie zelf heb ik –oldskool Sallands- niet zo’n uitgesproken mening. Ik denk vooral dat het niet leuk is voor de vijftig jongens die een burgeroorlog zijn ontvlucht en in al hun onzekerheid geen kant op kunnen. Ze mogen niet werken, ook niet op de weilanden en bloemenvelden waarover ze uitkijken. Terwijl de boeren zitten te springen om landarbeiders. Integreren heeft niet veel zin, ze blijven niet lang. Ik zou het logisch vinden dat die jongens frustraties hebben. En dat de buren angst hebben, snap ik ook wel. Hoe minder er verandert om je heen, hoe bedreigender “het anders” wordt.

Waar ik me wél aan stoor, is die eerste zin van dit blog. Die hoor je te vaak.

  • ‘Ik ben voor duurzame energie, maar niet voor een windmolen bij mijn dorp.’
  • ‘Ik ben voor vrijheid van meningsuiting, maar die lui van Ongehoord Nederland gaan te ver.’
  • ‘Ik discrimineer niet, maar het zijn wel altijd de moslims.’
  • ‘Ik ben voor stevig voetbal, maar Bas Nijhuis maakt er een potje van.’
  • ‘Ik ben tegen oorlog, maar ik begrijp Poetin wel.’

Het eerste deel van die zin bevat een keuze. De steller is ergens voor of tegen. Over het algemeen hebben Nederlanders opvallend weinig moeite met het maken van zulke uitgesproken keuzes. Veel moeilijker hebben mensen het met de acceptatie van de gevolgen van hun eigen keuze. Dat is de tweede zin en daarmee halen ze hun eigen keuze onderuit.

Dit werd hilarisch duidelijk in dit filmpje van Roel Maalderink. Volgens mij moet dit lesmateriaal worden voor scholieren. In de serie Voxpop somt hij voorbijgangers allerlei zaken op met de vraag of de regering er méér geld aan moet uitgeven. Van terrorismebestrijding tot noodlastige kaasboeren. De geïnterviewden zijn stellig. Overal moet meer geld naar toe, alles is belangrijk. De laatste vraag van de interviewer is of de belastingen moeten stijgen of dalen. Het antwoord kun je wel raden.

Volgens mij is dit één van de dingen die niet zo goed gaan in ons land. Mensen maken harde keuzes, maar accepteren de gevolgen niet. Dat neemt soms absurde vormen aan. Een crisis geleden had je mensen die geen vaccin wilden nemen tegen een besmettelijk longvirus. Dat was hun goed recht en een vrije keuze. Onder die groep waren er ook velen die zich niet lieten testen en weigerden om een qr-code te laten zien. Alweer prima, ook een vrije keuze. De consequentie van die keuze was dat de weigeraars een tijdje niet naar de kroeg of de bioscoop konden. Het gebrek aan acceptatie van dit gevolg leidde ertoe dat mensen hun lot gingen vergelijken met dat van joden tijdens de holocaust. Tot in het parlement aan toe.

Wel een keuze maken, maar niet de gevolgen accepteren. Geen idee waarom dat zulk gemeengoed is geworden in Nederland. We hebben keuzestress, lees ik vaak in artikelen. Dat klopt van geen kant. We kiezen juist te gemakkelijk. ‘Ik ben vóór naastenliefde, maar die specifieke naasten bevallen me niet.’ Ja, zo werkt het natuurlijk niet! Als je vóór naastenliefde bent, heb je alle naasten lief. Ook als die -ik noem maar wat- seks hebben met mensen van hetzelfde geslacht.

Zet vier kleuters in een kamertje en geef er ééntje drie spekkies mee. ‘Succes Mirthe, de juf hoort het wel wanneer je eruit bent!’

Zelf vlak ik de invloed niet uit van al die positieve opvoeders, omdenkers en andere blije eikels die net iets te hard geloven in win-win. Waar zit de win-win in de keuze om een paar honderd uitgehongerde strijders in een staalfabriek op te offeren om een vijandelijke legergroep bezig te houden?

Van mij mag het onderwijs méér aandacht besteden aan de harde gevolgen van een keuze. Dat kun je jolig beginnen, met dat grappige filmpje van Voxpop bijvoorbeeld. Daarna doe je een paar geinige oefeningen rond keuzes. [Dat kan met volwassenen overigens ook. Zelf probeerde ik laatst mijn ideale eredivisie samen te stellen, met de 18 mooiste ploegen. Dat was me toch moeilijk. Sorry Fortuna, Emmen en Heerenveen en werk aan de winkel voor FC Wageningen.]

Na die speelse oefeningen wordt de module “kiezen mèt gevolgen” wat mij betreft ruiger. Zet vier kleuters in een kamertje en geef er ééntje drie spekkies mee. ‘Succes ermee, Mirthe, de juf hoort het wel wanneer je eruit bent!’ Neem tieners mee naar een slachterij. Wil je vlees eten? Helemaal prima, maar dan moet je tenminste één keer in jouw leven eigenhandig een dier doden. ‘Kijk Bertha36 nog maar eens goed in de ogen. Dan rijden we straks met de touringcar langs de Mac.’

Maar ik dwaal af. Terug naar de bezorgde buren van voorheen De Posthoorn, een paar kilometer verderop. Wat moeten die dán zeggen? Nou gewoon, dat jij je zorgen maakt. Er komen vijftig jongens naast je wonen die niks te doen hebben en zich in een onwijs frustrerende situatie bevinden. Iedereen met een beetje oog voor de medemens, heeft begrip voor zulke zorgen.

Maar kom me er dan niet mee aan dat je vóór de opvang van vluchtelingen bent. Je kunt geen voorwaarde koppelen aan een onvoorwaardelijke keuze.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.