Het is natuurlijk niet goed en ongezond, maar ik heb een zwak voor heidense gebruiken waarbij er niet zo op de rommel wordt gelet. Ook hier op de zandgronden zijn we daar goed in.

Dit jaar mag het plaatselijke zeemanskoor (als verschijnsel net zo vreemd als de Zwitserse marine) ons paasvuur aansteken. Deze groep bestaat vijfentwintig jaar en dan heb je dat wel verdiend. Zingend komen ze op hun klompen vanaf de berg gelopen, met fakkels in hun hand. ‘Kijk toch eens, wel veertig reebruine oogjes komen op ons af’, zegt de presentator. En de zangers zetten de evergreen van de Selvera’s in. Over een blondgelokte jager die uit gewetenswroeging de trekker niet kan overhalen. Want zo zijn die Nedersaksen dan ook wel weer.

Het paasvuur is aangekleed. Op de bult staan de letters Aksie. Zo heet de jongerengroep die het organiseert. Ze zijn opgericht in de tijd dat je actie nog zo schreef. Twee dappere jongeren staan bovenop de berg en steken de letters aan. Snel klauteren ze naar beneden, want bijna tegelijkertijd gooien de leden van het jubilerende zangkoor hun fakkels op het vuurbaken. ‘Straks is er bier en muziek in Elckerlyc’, zegt de presentator.

Gelukkig wist de organiserende jeugdgroep de met afstand grappigste kerel uit het dorp te strikken voor de presentatie. Stefan heeft zich ingelezen dit keer. Hij begint aan een betoog over de godin Ostera aan wie we onze brandende coniferen offeren. ‘Eerlijk zeggen, dat wisten jullie niet hè?’

Terwijl onze gezichten gloeien en onze ruggen rillen, deelt de presentator de goddelijk ingegeven verwachting dat het ‘een verrekt vruchtbare zomer’ gaat worden. Want ons tuinafval brandt wel heel erg lekker. Als bijkomend voordeel wijst hij erop dat de rookpluimen richting het westen waaien. ‘Dan gaat het straks weer lekker los op Twitter.’

Helaas waait de wind ook over ons dorp. De volgende dag zitten onze kozijnen, tuinmeubels en auto’s onder een dikke laag as. Wat zullen ze lachen, daar in de  Randstad.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.